De Cadillac ATS als “Turbo Cowboy”

Het blad AutoWeek van 22-29 mei vergelijkt

2103 ATS (van Mars) met 1980 Fleetwood (van Venus)

By Ruud Gersons

Foto 1: ondergetekende mag mede de ATS aan de tand voelen....... Een unieke kans!

Op vrijdag 15 maart staan autojournalist Marco Gorter en fotograaf Luc Verbeke van het blad AutoWeek al vroeg bij mij op de stoep. Marco heeft van Cadillac-dealer Nefkens Amersfoort een gitzwarte Cadillac ATS meegekregen voor een roadtest. Maar om de vooruitgang, die Cadillac de laatste decennia heeft doorgemaakt, duidelijker te laten uitkomen, zoekt met als "contrast auto" een klassieke Cadillac, die voldoet aan de bekende vooroordelen: véél te logge bak met bling-bling, achterwielaandrijving, benzineslurper en dweil op wielen. En zo zijn de heren (via Koen) bij mij terecht gekomen.

Amerikanen virus

We beginnen met een bakje koffie bij mij thuis en raken meteen in een geanimeerd gesprek over het "klassieke Amerikanen virus", waar ik al mijn hele leven mee rondloop en waar geen kruid tegen gewassen is. (Ik heb dat al eens eerder hier gefluisterd, maar ik vermoed, dat ik in het jaar 1947 ben opgericht op de achterbank van mijn vader's toenmalige 1947 Buick Super en dan zal het daar allemaal wel door gekomen zijn.)

Foto 2 : Mijn vader's 1947 Buick Super. Op de achterbank er van moet het gebeurd zijn.........

Maar goed, de heren staan likkebaardend voor mijn collectie modellen van Franklin Mint in de vitrinekast.
Inmiddels is dat een flinke verzameling geworden. Het aardige is, dat wij de meeste modellen vroeger in het echt hebben gehad, dus schaal 1:1! Mijn vader had in de jaren '50 en '60 voor zijn zaak altijd twee GM-Amerikanen tegelijk (en nieuw van de dealer!) en die werden steevast om de paar jaar ingeruild. Dus heb ik heel wat Chevrolets, Buicks en Oldsmobiles de revue zien passeren.

Foto 3: in mijn hand mijn vader's laatste auto. Een 1972 Oldsmobile Cutlass Supreme, Sequoia Green van kleur met wit-lederen bekleding.

De groen-met-witte 1972 Oldsmobile Cutlass Supreme die ik op foto 3 in mijn hand houd, was mijn vader's laatste auto en die erfde ik in 1988, toen hij op hoge leeftijd overleed. Daar is in feite mijn Amerikanen hobby mee begonnen. (Over die wagen en wat ik daar allemaal mee heb meegemaakt, zou ik alleen al een hele Standard kunnen vol schrijven, dus dat komt later nog een keer.)

Foto 4: Mijn vader's laatste auto, de 1972 Oldsmobile Cutlass Supreme "in het echt". Op de kofferdeksel (links boven de achterlichten) is nog het naamplaatje te zien van de toenmalige officiële GM-Amerikanen dealer: Garage Gieskes in Hilversum. (Dat vond mijn vader handiger dan helemaal naar Hessing in De Bilt te moeten)

Als de koffie op is, vertrekken we in konvooi met mijn 1980 Fleetwood voorop om de weg te wijzen en met de 2013 ATS in de achterhoede naar het (voormalige) Vliegveld Soesterberg.

Het doel is tweeledig: ten eerste een geschikte plek zoeken in de bosrijke omgeving voor een fotoshoot en ten tweede een lang stuk weg waarop de twee Cadillacs – grootvader en kleinzoon – en door geen andere weggebruikers gehinderd, stevig achter elkaar aan kunnen scheuren...... vanwege die verschillen. Alles zal op de gevoelige plaat vastgelegd worden.

 

Fotograaf Luc Verbeke heeft een fijne neus voor de juiste locatie van de fotoshoot, want in no time heeft hij in het bos en enorme stapel omgezaagde boomstammen gevonden, die de achtergrond vormt van de Cadillac-grootvader-kleinzoon ontmoeting op de Utrechtse Heuvelrug.

Foto 5: Links fotograaf Luc Verbeke en rechts autojournalist Eric Gorter van AutoWeek bij de ATS

Foto 6: een enorme stapel omgezaagde boomstammen vormt een fraai decor voor deze ontmoeting!

In het AutoWeek-artikel kunnen we lezen hoe er tegenwoordig over het verleden van Cadillac werd gedacht. Ik citeer: "...... totdat het merk doorkreeg dat het was verworden tot een cowboy in het ruimtevaarttijdperk: hopeloos ouderwets". M.a.w. Cadillac had de boot gemist en was blijven steken in prehistorische toestanden.

Dat mag gedeeltelijk waar zijn, maar volgens mij ligt het toch iets genuanceerder. Dan zou je een top-Cadillac van 1980-1981 eens moeten afzetten tegen een wagen als een BMW 7-serie uit die tijd. Die mag dan qua wegligging en bochtgedrag Cadillac's meerdere zijn, maar qua binnenruimte, kofferbak, luxe en opties als automatic climate control, Cruise Control, elektrische bediening van ALLES, koplampbediening met Sentinel (de lampen blijven aan, totdat je veilig door de voordeur naar binnen bent gegaan)........ Ik moet nog zien dat de BMW-7 er dan nog zo positief uit komt.

Foto 7: een vergelijking van de 1980 Fleetwood met een 1980 BMW-7 serie zou eerlijker zijn

En dan is er nog iets. In de jaren '80 had "Detroit" behoorlijk te lijden van Europese- en Japanse importen. Dat is waar. Maar er zouden geen grote 8-cilinder passengercars geproduceerd zijn, als daar toen niet (nog steeds) een grote vraag naar was. Mijn 1980 Cadillac is daar een goed voorbeeld van, want dit model heeft men gemaakt van 1978 t/m 1992 (zij het met kleine aanpassingen tussendoor). Daar moet dus een vraag naar zijn geweest!

Maar het is waar – en dat ben ik wel met de heren van AutoWeek eens – Cadillac is al heel lang niet meer het statussymbool dat het ooit was. En daarom werd het design op een gegeven moment toch over een heel andere boeg gegooid. Volgens het AutoWeek-artikel begon dat in 2002 met de CTS, die "Art and Science"-designtaal toonde. Wij als Cadillac ingewijden weten natuurlijk dat dat al veel eerder begon met een aantal interessante conceptcars, die juist dat ouderwetse imago van de logge, benzineslurpende Cowboys van zich af wilden schudden. Zie daar bijv. de Cadillac Cien, de XLR-concept, de Imaj en de Vizon, om er een paar te noemen (zie foto's 8 t/m 11.).

En ja, daar komt natuurlijk ook de ATS voorganger – de CTS waar het allemaal mee begon – uit te voorschijn.

Juist op dat cruciale moment van transitie van oud naar nieuw, in het jaar 2002, viert Cadillac zijn 100-jarig bestaan. Deze Cadillac-Centennial viering wordt ook bijgewoond door een aantal Cadillac Club Nederland - leden, w.o. ik zelf.

En wij krijgen de gelegenheid de splinternieuwe fabriek in Lansing, Michigan, waar de toen nieuwe CTS van de band rolde, met de Club-leden die daar toen waren, te bezoeken en het fabricageproces in ogenschouw te nemen.

Foto 8: 2000 Cadillac Cien concept car trompettert al het nieuwe design voor de toekomst.

Foto 9: 2000 Cadillac XLR concept car, voorloper van de XLR

Foto 10: De uit 2000 stammende Cadillac Imaj concept car. Enkele design-elementen vinden we later terug op de CTS.

Foto 11: 2000 Cadillac Vizon concept car (voorloper van de SRX)

Foto's 12 en 13: dit is de "oer"- CTS uit 2002, maar die is in de loop der jaren ook flink geüpdate. De grille van de laatste versie (zie foto's 15 en 16) straalt toch meer "Cadillac" uit en de wagen is er zeker op vooruit gegaan.

Designleiderschap?

Maar de CTS is er nu dus al ruim tien jaar en heeft ook zo z'n updates meegemaakt. Hij ziet er nu uit als op de foto's 15 en 16. En dat de CTS anno 2013 met de ATS familietrekken gemeen heeft, ja, dat is onmiskenbaar!

Het wordt tijd nu de ATS eens meer van dichtbij te bekijken. En omdat de heren van AutoWeek de ATS niet vergelijken met de CTS, maar met mijn 1980 Fleetwood Brougham, doen wij dat ook maar.

Er zijn overeenkomsten genoeg, zoals natuurlijk de onvermijdelijke egg-crate grille, de verticale achterlichten en het Cadillac logo – ook al is dat laatste eveneens met z'n tijd mee gegaan en veranderd. (De zwaantjes er op zijn niet meer).

Foto 14: Het is Detroit 2002. Het eeuwfeest van Cadillac. Je ziet ondergetekende in een CTS constateren dat de beenruimte niet over houdt en dat de voorruit wel heel dicht bij je schedel komt!

Foto's 15 en 16: de CTS heeft ook al enkele updates meegemaakt. Hier versie 2013 in Sedan- en (inmiddels ook) Coupe-uitvoering en dat de ATS tot de zelfde familie behoort, is goed te zien!

Laten we eerst de grilles en dan de achterlichten nader bekijken. Ja, de ATS is onmiskenbaar Cadillac. Hier gaat de vergelijking met mijn 1980 Fleetwood mank, want die heeft een zgn. "classic grille", of te wel Rolls Royce grille.

Foto 17: de grille van de ATS doet nog wel denken aan de egg-crate grilles van Cadillacs van weleer, maar de verchroomde vorm er om heen roept ook associaties op met die van Mercedes en Audi! De verchroomde lauwerkrans rondom het logo is er nog steeds en siert ook mijn Fleetwood op diverse plaatsen!

Foto 18: De "classic-grille" van de Fleetwood was een optie, die je kon bestellen om je wagen een Rolls Royce-achtige uitstraling te geven. Mijn eerste eigenaar vond dat blijkbaar ook nodig. Ik had liever de originele grille gehad. Op de achtergrond de ATS.

De heren van AutoWeek en ik zelf filosoferen nu even over designleiderschap. En we stellen vast, dat de tijd dat Cadillac daar de aanvoerder was, inderdaad ver achter ons ligt. Vroeger was Amerika leidend en nu heeft Europa daar de voorsprong in het luxesegment.

Dan kun je beter iets goed namaken – en dat is wat de ATS doet - dan op een verkeerde manier zelf de voorsprong te willen voorstellen. En al herkennen we aan de daklijn van de ATS eerder Mercedes-invloed, dan die van BMW of Audi, het model ATS staat toch heel redelijk op zichzelf en maakt beslist waardig een eigen statement. Alsof de ATS ons zeggen wil: "Hier sta ik en ik kan niet anders" (naar de woorden van Martin Luther uitgesproken op 18 april 1521 op de Rijksdag in Worms).

Foto' 19: het achterlicht van de ATS is niet langer in chroom gehuld, maar is zeker nog steeds een herkenbaar Cadillac kenmerk

Foto 20: de achterlichten van de Fleetwood zijn meer van het "bling-bling" idee, maar hebben desalniettemin een voorname uitstraling

Vervolgens stappen we achter de respectievelijke stuurwielen van onze wagens. Ik rijd eerst in de ATS en Eric toert met mijn Fleetwood voor mij uit, zodat we goed de verschillen kunnen opmerken van 33 jaar technologische vooruitgang. Na een tijdje ruilen we weer om.

Als ik plaats neem achter het stuur van de ATS, dan heb ik meteen dat ingesloten, ietwat claustrofobische gevoel, wat je ook hebt bij de Mercedes CLS (en niet alleen die!) en wat vooral komt door de lage zit en de hoge, maar kleine vensters.

Foto's 21 en 22: de daklijn van de ATS heeft wel iets weg van de Mercedes CLS, eerste serie. Als je de proporties bekijkt, is de kont van de ATS wat meer gedrongen, dan die van de Mercedes.

Maar in wezen heb je been- en hoofdruimte voldoende, al het houdt niet over, zodra je gaat vergelijken met mijn Fleetwood...... In de Fleetwood logeer je a.h.w. in het Hilton, "in style", met grote kamer, king-size bed, vertrouwd ouderwets doet het allemaal aan, maar zéér comfortabel. In de ATS overnacht je bij Van der Valk. Je kamer is kleiner, maar modern van opzet en van alle gemakken voorzien. Maar ja, die enorme ruimte in de Fleetwood.......... dat waren andere tijden.

Schakelbak

Waar ik verbaasd over ben, is dat ik moet schakelen. Schakelen? Een Cadillac hoort dat toch automatisch te doen?
Ik geloof dat de laatste schakel-Cadillac van ver voor de 2e Wereld oorlog dateert. Maar goed, ik kan me wel voorstellen, dat men voor de Europese markt met een schakelaar komt. Dat hij schakelt als de spreekwoordelijke boter, is dan mooi meegenomen. En uiteraard is een automaat als optie leverbaar.

De wagen voelt zeer stevig en degelijk aan. Eric Gorter van AutoWeek, vindt de ATS wat licht sturen, maar wel heel direct en "zowaar met gevoel"..... (Nou ja!) Hij vindt de combinatie van achterwielaandrijving en een mechanisch sperdifferentieel bij de ATS "een feestje voor de sportieve bestuurder". De grip is uitstekend. De wagen blijft stabiel, wat je er ook mee uithaalt.

Maar...... een feestje voor de sportieve bestuurder? Op dat feestje voel ik mij minder thuis. Geef mij maar een lichte, òngevoelige met-de-pink besturing, zoals wij dat gewend zijn. Maar ja, dat waren andere tijden.

Eric constateert in zijn artikel over de ATS, dat rijplezier duidelijk een prioriteit geweest moet zijn voor de ATS-technici. Het is maar wat je onder rijplezier verstaat. Klassieke Cadillac–fanaten begrijpen direct wat ik bedoel!
En daarom kun je hier onmogelijk zeggen dat je met de 2013 ATS en de 1980 Fleetwood appels en peren met elkaar vergelijkt, want appels en peren liggen qua fruit nog wel redelijk dicht bij elkaar. Hier vergelijk je eerder bananen met kiwi's. Waarbij natuurlijk de Fleetwood de bezadigde, overrijpe, zachte en zoete banaan is, die makkelijk pelt terwijl de ATS de nerveuze "sappige", verse en wat harde, zurige kiwi is, die je niet zonder dunschiller te lijf kunt gaan!!
Mijn weke "Banaan" is helemaal niet sportief en als ik aan het stuur draai, gebeurt er een hele tijd helemaal niets. De ATS daarentegen sleur ik bij de kleinste stuurbeweging bijkans tegen een eikenboom langs de weg. Da's dus oppassen geblazen, zo direct werkt de besturing!

De wegligging van de ATS is zondermeer indrukwekkend. Je voelt sterk de eenheid van auto en wegdek. De ATS kleeft aan de weg en oneffenheden brengen hem niet snel van de wijs. De Fleetwood wil zich bij oneffenheden het liefst van de weg losmaken en zijn voorsteven de lucht in gooien als een galopperend paard, om daarna diep door de knieën te zakken en te gaan nadeinen.

Foto 23: De ATS en de Fleetwood scheuren om het hardst. Twee auto's van totaal verschillende planeten. Mars gaat voorop. Venus volgt.

Ja, dan is de Fleetwood natuurlijk een dweil op wielen, maar wel een hele comfortabele dweil. Dat wel. En wat de ATS vooral zo sportief maakt, is het motorgeluid. Geen stil-zoevende 6L V8, maar een nerveuze, zangerige 4-clinder 2,0L Turbo. Maar wat wil je? De gemiddelde Audi A4 / BMW -3 rijder – de doelgroep voor de ATS - zal hier zeker van gecharmeerd zijn. Want je hoort onmiddellijk wat je met de wagen aan het uithalen bent. Het motor geluid verraadt direct de acties van de bestuurder. Bij de Fleetwood hoor je niets. Maar ja, dat waren andere tijden.

De ATS draait er maar liefst 276 pk uit en weegt 1559kg. Dat de 6L V8 van de "Fleet" met bijna 2000 kg bij pittig doorstomen de mindere is, dat is logisch. Maar als ik bij de Fleetwood de kick-down in trap, dan kan ik de ATS toch best goed bijhouden. (zie volgende foto).

Dat de 4 cilinder ATS-motor een beetje luidruchtig is, zeker bij hoge toerentallen, was de heren van AutoWeek ook al opgevallen. Maar power geeft de motor in overvloed. En dat in combinatie met de 6-bak.... dan wil hij er van door als de duvel uit een doosje! Bij héél snel schakelen haakt de bak wel eens wat, maar als schakelen je het plezier van je leven bezorgt, dan heb je hier toch wel een goeie aan! Waarmee ik maar wil zeggen, dat ik even zou doorsparen en zou gaan voor de ATS-automaat. Wat in het thuisland natuurlijk verreweg de meeste kopers ook zullen doen. En daar sluiten jullie als lezers van dit artikel je natuurlijk volmondig bij aan!

Foto 24: even op de kick-down staan en ik kan de ATS aardig bijbenen

AutoWeek stelt vast, dat het verbruik van de ATS met 1:10,6 nog redelijk binnen de perken is. Men mist een eco-meter die aangeeft hoe zuinig je rijdt. Maar gezien de aanschafprijs van rond de € 60.000 zal de nieuwe eigenaar van dit gemis niet wakker liggen.

Déjà-vu

Nu rijd ik dus zelf met de ATS. Fotograaf Luc zit bij mij op de achterbank om foto's te nemen en voor ons rijdt Eric met mijn dierbare Fleetwood om die eens stevig aan de tand te voelen. Maar dat is hem wel toevertrouwd. Volgens mij kun je zo'n autojournalist nog op een Leopard Tank zetten (wat mijn Fleetwood in feite ook is) en hij weet er altijd wel mee thuis te komen.) Ik zie de achtersteven van mijn Fleetwood zachtjes voor mij op en neer deinen en ik heb een déjà-vu. Dat waren de tijden dat ik als kind met mijn vader's chauffeur Sam in onze Chevrolet Bel Air achter de Buick aan reed, waar mijn vader, mijn moeder en mijn zusje in zaten, op weg naar de betere hotels aan het Meer van Genève. Waarom we met twee wagens op vakantie gingen? Omdat we te veel bagage bij ons hadden voor de toch niet kleine kofferruimte van de Buick Super. Even droom ik weg in dit jeugdsentiment. Maar al snel zijn we op de plek aangekomen, waar Eric en ik weer van wagen – en sleutel - zullen ruilen.

Foto 25: Ik zit achter het stuur van de ATS en kijk neer op de zacht deinende achtersteven van mijn Fleetwood voor mij.

Als we uitstappen en elkaar de sleutels overhandigen, heeft Eric een big smile om de mond. Hij vindt de Fleetwood "te gek". Als we ons beider ervaringen bespreken, zijn we het er wel over eens dat in het huidige tijdsgewricht zo'n Fleetwood geen stand kan houden – tenminste niet als dagelijks werkpaard. En de ATS vervult juist die rol glansrijk. De hedendaagse rijder in het luxesegment wil niet tegen nep-houtfineer aankijken en hoeft ook geen merkmascotte meer vóór op de voorplecht. Hij wil geen vinyldak meer (ooit werden die door Bill Mitchell schamperend "pig-bladders" – varkensblazen - genoemd.)

Foto 26: de ATS is een scheurijzer van de bovenste plank!

De moderne automobilist wil normaal kunnen parkeren (zij het met parkeersensoren), zonder drie keer te moeten uitstappen om te kijken "of het nog wel ken" om bij de derde keer te constateren dat zijn wagen toch echt te breed of te lang is voor het gat en hij wil een parkeergarage kunnen indraaien, zonder het risico te lopen dat de kaartjesautomaat vanwege de breedte van zijn Amerikaan aan de zijspiegel blijft hangen en mee gesleurd wordt naar de 5e verdieping. Heel begrijpelijk.

Foto 27: de Fleetwood vraagt om een heel andere rijstijl, dan de ATS: rustig, bezadigd, maar evengoed "in style".

Foto 28: we rijden een aantal rondjes achter elkaar aan en zitten elkaar behoorlijk op de hielen!

Maar wat zou het fantastisch zijn, als we eigenaren van een nieuwe ATS binnen de gelederen van onze Clubs zouden mogen begroeten en hun óók enthousiast zouden kunnen maken voor onze chroombumpers, vinyldaken als varkensblazen en nep/houtfineer dashboards en motorkapmascottes; als hobby dan natuurlijk. Zoals ik best heel enthousiast kan worden over het totaalconcept van de ATS als modern werkpaard.

Touch-Screen

We hebben in de ATS een fraai navigatie-miultimediasysteem aan boord met touch-screen, waar Eric best over te spreken is. Daar kan ik mij bij aansluiten, al kan mijn TomTommetje daar natuurlijk moeilijk mee wedijveren. Ik heb het niet geprobeerd, maar volgens Eric pikt het touch-screen niet altijd op wat je wilt. Hetzelfde euvel constateert hij bij de bediening van de volautomatische airco en radio "die er trouwens wel flitsend uit ziet", aldus Eric. Het dashboard als geheel krijgt het predicaat "gelikt", al vindt hij de afwerking hier en daar een tikje grof.

Foto 29: het instrumentarium van de ATS komt van de planeet Mars: stoer en uitdagend! Het straalt kracht en technisch vernuft uit.

Foto 30: het instrumentarium van de Fleetwood komt van de planeet Venus: zacht, warm en je omhullend met voorname élégance.

Ook is er een achteruitrijdcamera, die laat zien of ik een paaltje nader bij het inparkeren. (Dat heeft mijn Fleetwood natuurlijk niet nodig, want bij een botsing met een paaltje gaat niet mijn zwaar verchroomde stalen bumper er aan, maar dat paaltje, terwijl bij de ATS de kunststofdelen gekraakt worden, dus vandaar die camera!)
Verder elektrisch verstelbare zetels (had de 1980 Fleetwood al) en met soepel leer bekleed (had de Fleetwood toen ook al).

Corniches

Over de "zit" van de zetels van de ATS zijn we zeer te spreken. ("Stoelen" zou wel een erg understatement zijn) Je hebt zeer goede zijdelingse steun, voor als je te maken krijgt met het bochtenwerk van de Corniches langs de Middellandse Zee-kust van Zuid Frankrijk. Maar ook rijdend op onze meanderende uiterwaardendijkjes blijft de ATS-passagier keurig op z'n plaats. De stoelen zijn in alle richtingen verstelbaar, maar dat heeft de Fleetwood ook. Daarnaast heeft de ATS nog centrale (zetel-)verwarming, zodat je bij vrieskou onder het rijden altijd de warme en zachte hand van de interieurontwerpsters uit Detroit in je rug voelt. Héérlijk..........!

Bij snel accelereren met de ATS voel ik ook weer dat de handjes van de interieurontwerpsters mijn rug stevig vasthouden. Was het maar echt! Je wordt met gigantische G-krachten in de rugleuning gedrukt, terwijl de ATS zich katapulteert (nieuw werkwoord uitgevonden) naar hoge toerentallen. Dit moet de ultieme André Kuipers ervaring zijn. Even zwaaien naar de aarde!

Bij de landing laat de ATS zich perfect remmen zonder dat parachutes nodig zijn. En zolang de weg voor je recht is wordt er niet geslipt. Daarbij vergeleken zijn de remmen van de Fleetwood natuurlijk een klets natte spons, maar ja.... dat wisten we en dat zijn andere tijden.

To diesel or not to diesel

Eric Gorter van AutoWeek kan een vergelijking van de ATS met een BMW 328i – hoewel we uitdrukkelijk afgesproken hadden die er buiten te laten (want het ging nu om de Fleetwood!) - toch niet laten. Ik citeer: "De Duitser zou (naast de ATS) niet per definitie als winnaar uit de bus komen. Maar daar komt meteen een pijnlijk punt naar voren. Want hoeveel 3-series worden er nu met die motor verkocht? Niet veel, maar voor minder dan 276 pk doen ze het bij Cadillac niet. Dan mag een vanafprijs van € 51.530 gezien de uitrusting en kwaliteit wel netjes zijn maar wil je wat extra opties, dan gaat het hard."
De premium-ATS die wij aan de tand voelen, staat voor € 62.300 op je loonlijst. Een automaat komt daar nog bij. En dan zijn we in gesprek (zoals vaak onder autojournalisten) op het punt: "To diesel or not to diesel, that is the question," zoals William Shakespeare het (ongeveer) in zijn tijd al uitdrukte.

In het AutoWeek artikel wordt gesteld, dat het ontbreken van een diesel een gemis is, want "met een bescheidener zelfontbrander zou het nog best wat kunnen worden met de ATS". En ik denk dat Eric daar een punt heeft. Maar vergeet niet, dat in het thuisland in het luxe-segment niet gedieseld wordt. En wie zich de Oldsmobile-Diesels herinnert die in de jaren '80 in Cadillacs werden ingebouwd, gaat de rillingen over het lijf. "Amme never nooit nie!"

Cadillacs en Diesels, dat schijnt geen gelukkig huwelijk. Tenminste: niet aan de overkant van de Grote Plas. Want ik herinner mij de smeekbeden van Frits Kroymans nog van een aantal jaren geleden om een Diesel uit Detroit te krijgen, want dan zou Cadillac hier veel makkelijker vaste voet aan de grond krijgen. Dat was in Detroit praten tegen dovemansoren. Cadillac wil graag in Europa wagens verkopen. Hoe meer, hoe liever, maar niet tegen iedere prijs. Om dat te doen met een serieuze diesel, loont voor Europa niet de moeite, want de wagen zou die diesel immers van huis uit mee moeten krijgen. De Cadillac BLS (of te wel de Saabillac) zou ooit een diesel krijgen van Fiat. Maar dat avontuur strandde jammerlijk, zoals we weten met de déconfiture van Saab.

Beste CEO's van Cadillac in Detroit, mag ik u een idee aan de hand doen? Stuur de ATS (en waarom ook niet meteen de CTS, de XRS en de Escalade) naar de enige echte Nederlandse automobielfabriek van Nedcar in Born – of naar de toch binnenkort leegstaande Ford-fabriek in Genk in België (maar s.v.p. zonder motor) en laten ze dan in Born een BMW-diesel inbouwen. De BMW-Mini zal in Born worden gemaakt, dus dat moet een koud kunstje zijn. En Ford Genk heeft ook nog goede Diesels op de plank liggen. So what are you waiting for?

Pardon? Nee Gersons, nu ga je echt te ver. Een Cadillac ATS met een ingebouwde Ford Diesel, dat is ongeveer hetzelfde als Meryl Streep ombouwen met de borsten van Marylin Monroe. Maar stel, dat zoiets denkbaar is................ Dan heb je wel een Cadillac ATS-Diesel die vervolgens en doorslaand succes wordt in heel Europa èn in Azië. Want ALS de Chinezen in de toekomst ook de Diesel gaan ontdekken, dan zit Cadillac op de voorste rij.

En de Nederlandse en Belgische Cadillac dealers zullen daar goed garen bij spinnen. Dat Harley Earl, Bill Mitchell en Chuck Jordan zich even in hun graf omdraaien, mag de pret niet drukken!

Resumerend: de ATS is een dijk van een wagen. Hopelijk zullen we hem vaker op onze wegen tegenkomen, evenals hun eigenaren binnen onze Clubs. En beste Cadillac-vrienden, probeer nog zo'n AutoWeek exemplaar van 22-29 mei te bemachtigen. Is echt de moeite waard.

Intussen: happy motoring and see ya next time!

Foto 31: ondergetekende met de trouwe Fleetwood op de achtergrond.

 
Lid worden

vzw Cadillac LaSalle Club Belgium
Rodenbachlaan 38
3590 Diepenbeek
Tel: +32 (0) 497 77 72 69

Onze sponsors

logo transport Verschure   

    Aditec              

 

Sponsoring lidkaarten:  BAMOKO